Prototype

Wat niet gekozen worden met een speler doet

Elke selectie betekent dat er spelers buiten vallen. Voor jou als trainer is het een keuze, voor een kind kan het voelen als een oordeel over wie het is. Onderzoek laat zien wat er in dat moment gebeurt, bij spelers en bij ouders, en waarom de manier van vertellen zo zwaar weegt.

Een keuze voor de trainer, een klap voor de speler

Aan het eind van elk seizoen wordt er ingedeeld. Wie gaat naar het eerste team van de lichting, wie blijft in het tweede, wie zit zaterdag op de bank. Voor jou als trainer is dat een puzzel van niveaus, posities en aantallen. Voor de speler die buiten valt, voelt het zelden als een puzzel.

In onderzoek heet dat moment deselectie. De meeste studies gaan over de zwaarste vorm, uit een competitief team gezet worden. Over de bank of een team lager gaan ze niet, maar veel ervan zul je herkennen.

Wat het met een speler doet

Brown en Potrac spraken uitgebreid met jonge voetballers uit de top van het jeugdvoetbal, bij wie de weg naar het profvoetbal voortijdig eindigde omdat ze niet verder mochten (Brown en Potrac, 2009). Deze spelers hadden een sterke identiteit als voetballer opgebouwd. Juist die identiteit droeg volgens de onderzoekers bij aan de zware gevolgen van de deselectie, met angst, neerslachtigheid, woede en vernedering. De meesten waren bezig een nieuw beeld van zichzelf op te bouwen, en over de steun van hun club daarbij waren ze kritisch.

Dat is de wereld van het profvoetbal. Maar ook daarbuiten zie je dit patroon. Sulz, Humbert en Gleddie onderzochten in Canada hoe jongeren van 13 tot 18 jaar het ervaren als ze uit een schoolteam worden gezet, met gesprekken en vragenlijsten onder spelers, ouders, coaches en coördinatoren (Sulz, Humbert en Gleddie, 2016). De vriendengroep van de spelers veranderde, ze gingen twijfelen aan wie ze waren en hun gevoel van eigenwaarde leed eronder. En de deselectie ontmoedigde hen om met die sport door te gaan.

Hoe meer een kind zichzelf ziet als voetballer, hoe meer er op het spel staat bij een selectie.

Ouders voelen het mee

Neely en collega's interviewden in Canada 14 meiden die uit een provinciaal team waren gezet, in voetbal, basketbal, volleybal en ijshockey, en 14 van hun ouders (Neely en anderen, 2017). Spelers en ouders zagen de deselectie als een gedeeld probleem, iets wat ouder en kind samen overkwam.

Hoe ouder en kind ermee omgingen, veranderde in de loop van de tijd. Eerst schermden ouders hun dochter af van de negatieve gevoelens. Daarna gingen ouder en kind er samen mee aan de slag. Later nam de speler zelf meer van de verwerking op zich, al bleef het voor beiden een gedeeld probleem.

Wie een kind vertelt dat het niet is gekozen, vertelt het dus eigenlijk ook aan de ouders. Een ouder die zelf teleurgesteld is, moet tegelijk een kind opvangen. De coaches in het onderzoek van Neely waren in sommige opzichten zelfs meer bezorgd over de reactie van ouders dan over de emoties van de spelers (proefschrift van Neely, 2017).

Hoe je het hoort, telt mee

Neely en collega's interviewden ook 22 hoofdcoaches van provinciale meidenteams van onder 15 tot onder 18 (Neely en anderen, 2016). Het selecteren verliep in vier fasen, van een bijeenkomst vooraf, via beoordelen en beslissen, naar vertellen en terugkijken.

Het vertellen viel de coaches zwaar, vooral door de emoties van de spelers. De meesten zagen een gesprek onder vier ogen als de meest respectvolle manier, al moesten sommigen van hun sportorganisatie een brief, een mail of een telefoontje gebruiken. Ze twijfelden ook of spelers in dat moment veel van hun uitleg opnamen (proefschrift van Neely, 2017).

Sulz en collega's zagen dat coaches van alles gebruikten, van een lijst ophangen tot bellen, mailen en een gesprek. Kregen spelers geen specifieke reden, zoals bij een lijst met namen, of een reden waar ze niets aan konden veranderen, zoals te klein zijn, dan doken harde conclusies op. Ze waren niet goed genoeg, en ook later zou het in die sport niet lukken. Wat spelers die buiten vielen het meest wilden, was een duidelijke reden, het liefst in een persoonlijk gesprek.

Daar zit de kern. Het besluit ligt vaak vast. Maar of een kind hoort dat het nu niet is gekozen, of dat het niet goed genoeg is, hangt voor een groot deel af van hoe het wordt verteld. Een reden waar je aan kunt werken, houdt de deur open. Een ontbrekende naam op een lijst, of een reden over je lengte, kan hem dichtdoen.

Een momentopname, geen eindoordeel

Dat verschil tussen nu en nooit weegt in het jeugdvoetbal extra zwaar. Volgens de KNVB verloopt de ontwikkeling van jeugdspelers grillig en is hun eindniveau niet te voorspellen. Daarom raadt de bond af om al op jonge leeftijd te selecteren (KNVB, Verdieping gelijke kansen).

Daar komt het geboortemaandeffect bij. Wie in oktober, november of december is geboren, heeft volgens de KNVB minder kans om geselecteerd te worden dan een leeftijdsgenoot uit januari, februari of maart (KNVB, Geboortemaandeffect). De oudste kinderen van een jaargang zijn vaak groter, sterker en vaardiger, zonder dat ze per se meer aanleg hebben. Talenten uit de tweede helft van het jaar missen zo vaak al in de jongste teams de boot, en dat kan ertoe leiden dat ze vroeg afhaken en stoppen.

Een selectie zegt dus vooral iets over waar een kind nu staat. Als je dat zelf scherp hebt, kun je het ook zo vertellen.

Waarom dit moment zorg verdient

Selecteren hoort bij sport, en dit onderzoek pleit niet voor teams zonder keuzes. De studies hebben ook grenzen. Het zijn vooral interviews, vaak met kleine groepen, in Canada en in de top van het voetbal. Wat een plek op de bank in een gewoon jeugdteam met een kind doet, laten ze niet zien.

Toch wijst het onderzoek steeds dezelfde kant op. Niet gekozen worden raakt aan wie een kind denkt te zijn, en ook aan de ouders. De keuze zelf is vaak onvermijdelijk, maar hoe een kind die keuze hoort, ligt voor een groot deel bij jou. Spelers willen weten waarom, en ze willen iets om aan te werken. Dan blijft een teleurstelling een moment in een seizoen, en geen oordeel over wie je bent.

Bronnen

Geschreven door de redactie van aanspeelpunt [TE BEVESTIGEN] Inhoudelijke check door de sportpsycholoog [NAAM]

Van lezen naar doen

Dit soort momenten oefenen trainers, coaches en ouders in de modules van aanspeelpunt Per vraag een korte video, een oefening voor dezelfde week en vragen om het gesprek te openen.

Werkt je club er al mee, dan heb je als trainer toegang. Zo niet, vraag je jeugdcoördinator om een demo.

Modules die hierbij passen

Meer langs de lijn

  1. Een seizoen aan de bestuurstafel

    Een trainer vraagt de jeugdcoördinator bij wie ze terechtkan met een zorg, en niemand in het bestuur weet het antwoord.

    Uit de praktijk Voor bestuur en jeugdcoördinator 6 minuten lezen

  2. Waarom kinderen stoppen met voetbal, en wat een club in handen heeft

    Elk seizoen stoppen er kinderen bij je club, en vaak hoor je niet waarom. De KNVB vroeg het bijna 30.000 gestopte voetballers.

    Achtergrond Voor bestuur en jeugdcoördinator 5 minuten lezen