Module 05
O13 t/m O17
Druk voor een belangrijke wedstrijd
Hoe bereid je een team voor zonder de spanning op te voeren?
Wat zeg je in de kleedkamer na een zware nederlaag?
Direct na het laatste fluitsignaal zitten de emoties op hun hoogst, dus begin met een korte rustige boodschap in plaats van een analyse.
Praat over gedrag en inzet in plaats van over de persoon, en laat woorden als altijd, nooit en jullie weg.
Sommigen willen praten en anderen zijn stil, dus geef ruimte en kijk wie je later apart spreekt.
Bespreek met een paar concrete punten wat beter kan, en noem ook één ding waar je trots op bent.
Twee zinnen die je al voor de wedstrijd bedenkt, voor het geval je verliest.
De signalen die vragen om meer dan twee zinnen, en wie je dan inschakelt.
Zaterdag, kwart voor vijf. Je team heeft verloren. Met één tegen vier. In de kleedkamer is het stil. Tassen op de grond, hoofden omlaag. En iedereen wacht op wat jij gaat zeggen. Wat zeg je dan? In deze module leer je wat je meteen zegt, wat je bewaart voor later, en hoe je op de volgende training terugblikt. Zodat je ook na een verlies het beste uit je spelers haalt.
Direct na het laatste fluitsignaal zitten de emoties op hun hoogst. Bij je spelers, en eerlijk gezegd ook bij jou. Op dat moment luisteren spelers slecht. Een analyse komt niet binnen, ook al klopt elk woord. Begin daarom met bijna niets. Een korte, rustige boodschap. Zoiets als "Dit doet pijn. Ik zag een team dat tot het eind is blijven werken. Dinsdag kijken we samen verder." En daarna is het even goed. Laat ze douchen, laat ze stil zijn. Stilte is hier geen falen. Let ook op jezelf. Ben je zelf boos, haal dan eerst adem voordat je iets zegt. Want jouw toon wordt de toon van het team.
Als je wel iets zegt, praat dan over gedrag en inzet. Niet over de persoon. Dus niet "Jij bent ook altijd te laat", maar "Bij hun tweede doelpunt stonden we te ver uit elkaar". En laat drie woorden weg. Altijd. Nooit. Jullie. Altijd en nooit maken van één wedstrijd een oordeel over wie iemand is. Een speler hoort dan geen feedback meer, maar een etiket. En jullie zet een streep tussen jou en het team. Zeg liever wij. Of noem gewoon wat er gebeurde. Laat een speler van veertien na een verlies vooral merken dat hij er nog bij hoort.
Niet iedereen verwerkt een verlies op dezelfde manier. De een wil er meteen over praten. De ander zegt helemaal niets meer. En een derde is boos, op de scheidsrechter of op een teamgenoot. Geef iedereen ruimte. Je hoeft het niet in de kleedkamer op te lossen. Kijk wel goed rond. Wie zit er met zijn hoofd omlaag? Wie geeft een ander de schuld? Die spelers spreek je later even apart. Na de training of ervoor. Kort, onder vier ogen, zonder publiek. Je kunt beginnen met drie vragen. Wat vond je zelf goed gaan vandaag? Waar baal je het meest van? En wat wil je volgende week anders doen, en wat kan ik daarbij doen?
Een paar dagen later zijn de emoties gezakt. Nu kunnen spelers wel luisteren, en is het tijd voor de analyse. Houd het klein. Kies twee of drie concrete punten, en oefen ze meteen op het veld. En noem ook één ding waar je trots op bent. Zo gaat het team de week in met iets om op te bouwen, en niet alleen met wat er misging.
De oefening voor deze week heet "Twee zinnen in de kleedkamer". Bedenk voor de wedstrijd al twee zinnen, voor het geval je verliest. Eén over wat goed ging. En één over waar je op de volgende training mee verdergaat. Zeg in de kleedkamer alleen die twee zinnen. De analyse bewaar je voor de training.
Geven spelers elkaar de schuld, of zegt niemand nog iets? Blijft een speler lang boos of teruggetrokken, of zegt hij dat hij niet meer wil spelen? Blijft dat zo, ook na een paar weken, bespreek het dan met de vertrouwenscontactpersoon van je club. En raad de ouders bij zorgen over de gezondheid aan om contact op te nemen met de huisarts.
Een verlies duurt een middag. Wat jij erna zegt, gaat veel langer mee. Word het aanspeelpunt van je team.
Twee zinnen in de kleedkamer. Bedenk voor de wedstrijd al twee zinnen voor het geval je verliest, één over wat goed ging en één over waar je de volgende training mee verdergaat. Zeg in de kleedkamer alleen die twee zinnen en bewaar de analyse voor de training.
“Ik zag een team dat tot het eind is blijven werken.” En “Dinsdag gaan we verder met dicht bij elkaar staan.”
Op de volgende training zijn de emoties gezakt. Kies dan twee of drie concrete punten, oefen ze meteen, en noem ook één ding waar je trots op bent.
Voor de spelers die er anders in zitten. Niet in de kleedkamer, maar later, na de training of ervoor.
Kort, onder vier ogen en zonder publiek. Naast elkaar praten gaat vaak makkelijker dan tegenover elkaar.
Feedback na verlies. Voor een gesprek onder vier ogen.
Zegt de speler weinig? Dat mag. Laat weten dat je er later nog eens naar vraagt, en doe dat ook.
Na een verlies hoort teleurstelling erbij. Let op wanneer het langer duurt of verder gaat dan de wedstrijd.
Je hoeft niet zeker te weten dat er iets aan de hand is. Twijfel is genoeg om te overleggen.
Neem het altijd serieus. Bel of chat met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113, gratis en dag en nacht bereikbaar, ook via 113.nl.
Licht dezelfde dag de vertrouwenscontactpersoon in, en spreek af hoe de ouders worden ingelicht.
De inhoud van deze module is opgesteld door de sportpsycholoog [NAAM] van aanspeelpunt
Module 05
O13 t/m O17
Hoe bereid je een team voor zonder de spanning op te voeren?
Module 13
O9 t/m O12
Hoe leer je kinderen verliezen zonder dat het plezier verdwijnt?